Een kleine kop, zodat je vaker opstaat om bij te vullen

Landschapsillustratie

Sommige trucs zijn zo simpel dat je ze bijna niet gelooft. Neem een kleine kop in plaats van een grote beker. Na een tijdje is je koffie of thee op, en dan moet je opstaan om bij te vullen. Zo maak je zonder moeite een paar keer per dag een korte wandeling naar de keuken, zonder dat je er iets voor hoeft in te plannen.

Zo pak je het aan

Kies een kop die prettig in de hand ligt en niet te groot is. Een espressokopje is misschien te klein, maar een gewone theekop is precies goed. Zet je grote mok in de kast, of neem hem alleen mee voor bijzondere gelegenheden. Kom je aan het einde van de dag toch bij een grote mok uit, dan is dat niet erg, want het gaat om het gemiddelde.

Ga niet alleen naar de keuken, maar ook even om je heen kijken. Wissel een paar woorden met een collega, kijk in de tuin, of loop een omweg langs het raam. Het gaat om die paar minuten waarop je even niet naar je scherm kijkt. Neem je telefoon niet mee, zodat je niet weer meteen in berichtjes verzeilt.

Kleine variaties

Heb je een verdieping hoger of lager een andere keuken of koffieplek? Loop dan af en toe daarheen om bij te vullen. Zo krijg je meer beweging en zie je andere gezichten. Zit je thuis, zet dan de waterkoker en de thee in een andere kamer dan waar je werkt. Zo kom je toch je stoel uit, ook zonder collega's.

Ook voor water werkt het. Zet een kleine karaf of een klein glas neer en vul het steeds opnieuw. Wil je het nog een stap verder brengen, zet dan de grote fles op een plek een eindje verderop, zodat bijvullen echt een korte wandeling wordt en niet iets is wat je vanuit je stoel doet. Het blijft een trucje, geen regel, en je hoeft er niet strikt aan vast te houden. Merk je dat het helpt, houd het dan vol. Merk je het niet, probeer dan iets anders. Het belangrijkste is dat je vaker van je plek komt.